Onlangs vertelde ik over nieuwe inzichten in het werk van de 17e -eeuwse Nederlandse schilder Johannes Vermeer, die onlangs aan het licht zijn gekomen door de BBC kunstdocumentairemaker Andrew Graham-Dixon.
Zijn nieuw gepubliceerde boek, Vermeer: A Life Lost and Found, biedt een totaal nieuwe interpretatie van de spirituele betekenissen van het werk van de populaire Nederlandse schilder, waaronder Meisje met de parel, Het melkmeisje en Gezicht op Delft.
Gedurende een groot deel van de twee eeuwen na zijn dood in 1675 was Johannes Vermeer in feite een vergeten kunstenaar. Hij liet een klein oeuvre na – niet meer dan dertig bekende schilderijen – en tijdens zijn leven werd hij plaatselijk gerespecteerd maar nooit wijd en zijd beroemd. Na zijn dood vervaagde zijn naam snel. Pas in de negentiende eeuw werd Vermeer herontdekt en erkend als een uniek genie.
Zijn ontdekker, de Franse criticus Théophile Thoré-Bürger, noemde Vermeer ‘de sfinx van Delft’ vanwege het mysterie dat zowel zijn leven als zijn kunst omringde. Hij liet geen brieven, dagboeken of notities over zijn werken na. We weten bijna niets over zijn artistieke bedoelingen, zijn opleiding of hoe hij zijn buitengewone effecten van licht en kleur bereikte.
Vermeers figuren, voornamelijk vrouwen, zijn verzonken, stil en contemplatief. Net als een sfinx stellen de schilderijen eerder vragen dan dat ze antwoorden geven. De kijker wordt uitgenodigd om te kijken, te wachten en te interpreteren, maar nooit om hun betekenis volledig op te lossen.
Meisje met de parel (ca. 1665) bijvoorbeeld wordt al lang bewonderd om haar stille intimiteit en beklemmende dubbelzinnigheid. Het schilderij, vaak omschreven als de ‘Mona Lisa van het Noorden’, lijkt op het eerste gezicht een eenvoudig beeld: een jong meisje draait haar hoofd, de lippen vaneen, de ogen stralen en een enkele parel vangt het licht. Voor generaties kijkers en geleerden ligt de kracht juist in het mysterie.
Randen
Graham-Dixon biedt een opvallend andere manier om het schilderij te begrijpen, geworteld in Vermeers persoonlijke omstandigheden en de religieuze cultuur van het zeventiende-eeuwse Delft. Hij suggereert dat het meisje een echt persoon is: Magdalena van Ruijven, de jonge dochter van Vermeers belangrijkste opdrachtgevers, Pieter van Ruijven en Maria de Knuijt. De familie Van Ruijven, die opdracht gaf voor en eigenaar was van veel van zijn werken, onderhield een nauwe en langdurige relatie met Vermeer. Ze waren verbonden met een beweging in de marge van de Remonstrantse broederschap, volgelingen van Jacob Arminius, gemeden door calvinisten vanwege hun geloof in de menselijke vrije wil.
De auteur legt hier (of hier meer in detail) uit hoe hij tot zijn conclusies is gekomen, door nauwgezet onderzoek in de archieven in Delft, de stad waar Vermeer woonde en werkte. Hij ontrafelt een complex religieus landschap waarin de kunstenaar zich na zijn huwelijk lijkt te hebben bekeerd tot het katholicisme, maar toch leefde en werkte tussen leden van Remonstrantse kringen, waaronder de Collegianten.
De Collegianten geloofden dat de waarheid geopenbaard werd door innerlijke verlichting en niet door kerkelijk gezag. Ze mijdden kerkgebouwen en liturgieën en kwamen bij elkaar in hun eigen huizen. Vrouwen werden aangemoedigd om naast mannen te spreken, de Schrift uit te leggen en spiritueel inzicht te delen. Deze gemeenschappen benadrukten persoonlijke religieuze ervaring boven dogma, innerlijke verlichting boven uiterlijk vertoon. Volgens Graham-Dixon heeft dit ethos Vermeers kunst diepgaand gevormd en zelfs zijn meest ogenschijnlijk seculiere werken een spirituele weerklank gegeven.
Hij wijst erop dat vrouwen een onevenredig grote rol spelen in het werk van Vermeer, niet als passieve, decoratieve of moreel onaanzienlijke figuren, maar geabsorbeerd, aandachtig en alert op betekenis. Dit weerspiegelt de plaats van de vrouw in de evangelieverhalen: Jezus’ vriendschap met Maria en Martha, bijvoorbeeld, en zijn keuze om zich na de opstanding eerst aan Maria Magdalena te openbaren, aan wie vervolgens de verantwoordelijkheid werd toevertrouwd om het aan de anderen te vertellen.
Verrassing
Voor de Collegianten was Maria Magdalena een belangrijke rechtvaardiging voor het ambt van de vrouw. Het feit dat Vermeers vriendin hun dochter Magdalena had genoemd, was nog meer een bewijs van hun waardering voor hun bijbelse model.
Vanuit dit perspectief kan Meisje met de parel niet alleen gelezen worden als een portret, maar ook als een visuele meditatie. Graham-Dixon stelt voor dat het meisje gekleed is in wat tijdgenoten zagen als bijbels gewaad, en Maria Magdalena voorstelt die over haar schouder kijkt op het moment dat ze de goddelijke aanwezigheid voor zich ziet: de herrezen Christus. Vermeer legt zo een vluchtig moment van bewustzijn vast: verrassing, ontwaken en innerlijke transformatie. Dit is het moment waarop de eerste mens de verrezen Christus herkent!
De open lippen en alerte blik van het meisje suggereren geen verleiding of flirt, maar het aanbreken van begrip – alsof ze zojuist bij haar naam is geroepen: ‘Maria!
In deze symbolische lezing wordt de parel zelf een metafoor voor spiritueel inzicht, de parel van grote prijs (Matteüs 13:45-46), het Koninkrijk der Hemelen. Vermeer laat Maria recht naar de kijker kijken, die daarmee in de plaats van Jezus zelf komt te staan, en nodigt de kijker uit om zich af te vragen ‘hoe Christus-gelijk ben ik werkelijk?’
Voor Graham-Dixon is dit in overeenstemming met de spiritualiteit van de Collegianten. Het schilderij beeldt niet alleen contemplatie uit. Het nodigt daartoe uit.
Tot volgende week,