Twee mijlpalen

februari 22, 2026

Deze maand is het vijfentwintig jaar geleden dat de eerste Weekly Word werd verstuurd, in februari 2001.

Toen ik met deze column begon, stond Europa aan het begin van een nieuw millennium, vol vertrouwen in integratie, uitbreiding naar het oosten en gedragen door vrede. Weinigen voorzagen een financiële ineenstorting, populistische opstanden, een pandemie en de terugkeer van grootschalige oorlog op het continent.

Wekelijks schrijven tijdens deze jaren, betekende het volgen van de politieke, culturele en spirituele ontwikkelingen en de diepere stromingen daaronder. We willen herinneringen oproepen, het geweten en de verbeelding prikkelen, puttend uit het verhaal dat Europa blijft vormgeven, hoewel het grotendeels wordt genegeerd.

In die beginjaren stond uitbreiding en verzoening centraal. De visie van Robert Schuman – dat Europa zou worden opgebouwd door concrete daden van solidariteit – sprak nog steeds tot de verbeelding van het publiek. Toen de Midden- en Oost-Europese landen in 2004 en 2007 tot de Europese Unie toetraden, voelde dat als een heling van een historische breuk. Achter de verdragen ging iets schuil dat ouder was dan Brussel: de overtuiging dat voormalige vijanden buren kunnen worden, dat verzoening mogelijk was en dat dat ook zo hoorde te zijn.

Die overtuiging is niet ontstaan in Straatsburg of Luxemburg. Ze vloeit voort uit het verhaal van Jezus – van zelfopofferende liefde, van vergeving aan vijanden, van verzoening door opoffering. Kruis en  Opstanding hebben de morele grammatica van Europa gevormd. Zelfs in een seculiere tijd dragen de Europese ideeën over menselijke waardigheid, solidariteit en hoop de stempel van dat verhaal.

• De financiële crisis van 2008-2012 legde scheuren binnen de Unie bloot. Schuld dragende en crediteurlanden bekeken elkaar met argwaan. In Weekly Word vroegen we ons af of Europa slechts een monetaire overeenkomst was of een morele gemeenschap. De taal van genade en verantwoordelijkheid, van solidariteit en rechtvaardigheid, klonk vaag door in debatten over bezuinigingen en reddingspakketten. Het geweten van Europa werd op de proef gesteld. Zouden de sterken de zwakken dragen? Zou wederzijdse verantwoordelijkheid prevaleren boven nationaal eigenbelang?

• De migratiecrisis van 2015 verscherpte de uitdaging. Honderdduizenden mensen die op de vlucht waren voor oorlog – moslims, christenen en anderen – kwamen aan bij de grenzen van Europa. Gastvrijheid botste met angst. Nationale identiteit botste met universele compassie. In die columns kwamen we steeds weer terug op het verhaal van de barmhartige Samaritaan, op de vreemdeling die werd verwelkomd – of afgewezen. Europa draagt de herinnering mee aan kloosters die onderdak boden, kerken die vervolgden opvingen en gemeenschappen die gevormd waren door de leer dat men Christus zelf ontmoet door de vreemdeling te verwelkomen. Maar die herinnering concurreert met andere impulsen: een verdedigende houding, wrok en culturele angst.

• Het Brexit-referendum van 2016 en de bredere populistische golf brachten een diepere desillusie aan het licht. Het vertrouwen in de elites brokkelde af. Supranationale samenwerking werd in twijfel getrokken. Ook op dit terrein hing de toekomst van Europa niet alleen af van economische gegevens, maar ook van morele verbeeldingskracht. Het Europese project werd na de catastrofe van de de Tweede Wereldoorlog bedacht door leiders als Schuman en later gekoesterd door figuren als Jacques Delors, die beiden openlijk spraken over de ‘ziel’ van Europa. Zij begrepen dat vrede meer vereiste dan markten; het vereiste een verandering van hart – een echo van de nadruk in het evangelie dat transformatie van binnenuit begint.

• De pandemiejaren hebben Europa verder teruggebracht tot de essentie. Grenzen werden gesloten. Kerken vielen stil. Eenzaamheid en sterfelijkheid drukten op ons. Toch nam het aantal stille daden van dienstbaarheid op het hele continent toe: gezondheidswerkers die zichzelf in gevaar brachten, buren die voor buren zorgden. In de crisis herontdekte Europa de gewoonten van opofferende liefde die diep verankerd zijn in zijn christelijke erfgoed, ook al wordt dat niet altijd erkend.

Tweede mijlpaal

De grootschalige Russische invasie van Oekraïne, precies vier jaar geleden deze week, maakte een einde aan de illusie dat oorlog tussen staten op Europees grondgebied ondenkbaar was. Weekly Word heeft sindsdien voortdurend aandacht besteed aan het lijden en de veerkracht van Oekraïne. De beelden van verwoeste steden en ontheemde gezinnen hebben Europa voor moeilijke morele keuzes gesteld. Als de identiteit van Europa berust op de waardigheid van de mens, dan moet die waardigheid worden verdedigd. Als het geheugen van Europa de belofte ‘Nooit meer’ omvat, mag dat geen loze slogan zijn.

Het verhaal van Jezus – gekruisigd door een wereldrijk, gerechtvaardigd door de opstanding – spreekt op dit moment krachtig tot de verbeelding. Het herinnert Europa eraan dat lijden niet het laatste woord is, dat onrechtvaardigheid de uiteindelijke autoriteit heeft, dat hoop zelfs onder bombardementen kan voortduren. Het roept Europa ook op tot kostbare solidariteit, om op te komen voor wie zijn geschonden en zich te verzetten tegen de logica van overheersing.

Gedurende vijfentwintig jaar zijn verschillende thema’s door deze columns heen geweven: herinnering, geloof in het openbare leven, vorming van jongeren, gerechtigheid en hoop. Aan al deze thema’s ligt de overtuiging ten grondslag dat het het niet toevallig is dat Europa bestaat. Zijn kathedralen en universiteiten, zijn juridische tradities en sociale bewegingen, zijn taal van recht en verantwoordelijkheid zijn diepgaand gevormd door het evangelie.

De diepere vraag die we allemaal kunnen helpen beantwoorden is: zal Europa zich het verhaal herinneren dat het heeft gevormd? Niet als een instrument van uitsluiting, ook niet uit conservatief heimwee, maar als levende bron van verzoening, vernieuwing en hoop.

Ik verlang ernaar om te schrijven over een derde mijlpaal, wanneer waarheid, waardigheid, liefde en vrede zegevieren in Oekraïne en daarbuiten. 

Uw koninkrijk kome! In Oekraïne. In Rusland. In Europa.

Tot volgende week,




Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *