De paradox van Rembrandt

augustus 15, 2017

Wat voor bruggen in de communicatie kunnen we in onze omgeving vinden om onze mede-Europeanen te betrekken bij gesprekken over essentiële levensvraagstukken? Elk jaar hebben we in onze masterclasses in Genève, Brussel of Amsterdam geprobeerd om gemeenschappelijke interesses te vinden met ongelovigen.

‘Paradox’ was ons thema dit jaar, zoals we vorige week schreven en de vele contrasten en tegenstellingen van Amsterdam begonnen te ontdekken. Over paradoxen praten kan uiteindelijk leiden tot de rare tegengestelde mix van lof en schaamte, waardigheid en verdorvenheid die elk van ons in onze eigen natuur ervaren. Hoe leggen we deze menselijke toestand uit waar Paulus over schreef in Romeinen hoofdstuk 7: ‘Want ik doe niet wat ik wil, ik doe juist wat ik haat…’?

Rembrandt van Rijn (1606-1669) was een van de grootste schilders van Nederland en van de wereld. Zijn kunst drukte vaak de paradox van de morele en spirituele toestand van de mensheid uit. Zijn eigen leven was ook vol van tegenstellingen en contrasten, net als zijn beroemde gebruik van licht en donker wat chiaroscuro genoemd wordt, waarmee hij met verf en inkt zijn onderwerpen belichtte.

Al was zijn leven en werk vanaf 1631 met Amsterdam verbonden, hij was in Leiden geboren en getogen met een gemengde katholiek-protestantse achtergrond. Zijn leven en werk moeten begrepen worden in het licht van de historische ontwikkelingen in de grotendeels nieuwe Protestantse Nederlandse Republiek die nog steeds de Tachtigjarige Oorlog tegen het katholieke Spanje aan het voeren was.

Zijn kunstwerken zouden kunnen suggereren dat hij heel orthodox was zijn protestantisme omdat hij veel meer dan zijn tijdgenoten bezig was met de Bijbel. Hij maakte meer dan 160 schilderijen met Bijbelse thema’s en nog eens 80 etsen en 600 tekeningen die door de Bijbel geïnspireerd waren.

Maar het is niet duidelijk of de schilder zich bij een bepaalde kerk had aangesloten. Hij was door katholieke kunstenaars getraind, en schilderde zowel calvinisten als mennonieten, katholieken, en joden. Al is de grafsteen van zijn vrouw Saskia nog steeds in de Oude Kerk van Amsterdam te zien, en is Rembrandts stoffelijk overschot ergens in de Westerkerk begraven (beide Nederlands-Hervormde Kerken), geloven sommige kunsthistorici dat zijn kunst vanaf 1640 mennonitische overtuigingen en thema’s weerspiegelden.

Wat we wel weten is dat hij niet een voorbeeldig kerklid was. Saskia stierf na maar acht jaar huwelijk en baarde vier kinderen waarvan drie stierven voordat ze twee maanden waren. Rembrandt begon toen een fysieke relatie met de verpleegster van zijn zoon die het overleefd had, die Geertje Dircx heette, die hem later probeerde aan te klagen omdat hij zijn belofte met haar te trouwen brak.

Uitgesloten
De volgende vrouw in zijn leven was Hendrickje Stoffels, die hem een dochter gaf, Cornelia, het enige kind dat hem heeft overleefd. We leren iets over Rembrandts reputatie in de kerk van het feit dat Hendrickje van het Avondmaal was uitgesloten vanwege ‘het praktiseren van hoererij met de schilder Rembrandt’.

Zijn financiële mismanagement en nalatigheid bij het halen van de deadlines van zijn cliënten, leidde uiteindelijk tot zijn faillissement, wat hem dwong om zijn prachtige huis aan de Jodenbree te verkopen. Het is nu het Rembrandt Museum en maar een klein stukje van waar we onze masterclasses hielden vandaan.

En hier is de paradox: ondanks de gebreken in zijn karakter en zijn beoordelingsvermogen, heeft Rembrandt de wereld een ongeëvenaarde artistieke erfenis van Bijbelse thema’s over het werk van God, genade en bekering, vergeving en redding nagelaten. Er is hier ruimte voor maar twee korte voorbeelden.

Kort nadat hij naar Amsterdam was verhuisd, ontving Rembrandt zijn eerste opdracht voor een groepsportret van het Chirurgengilde van Sint Lukas, die af en toe lessen anatomie gaven in de Waag op de Nieuwmarkt. Dit gebouw met zijn torentjes, het oudste nog staande seculiere gebouw, was eens de Sint-Anthonispoort en huisveste een anatomisch theater onder het centrale octogonale toren.

Geopenbaard
Een groot kopie van het schilderij De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp hangt nu in dat theater, die laat zien hoe zeven leden van het chirurgengilde om een lijk van een bekende crimineel heen staan terwijl hun hoofdchirurg, Dr. Tulp, die ontleedt. Rembrandt was nog maar zesentwintig jaar oud toen hij dit ‘schilderij van het jaar’ maakte, waardoor hij onmiddellijk een reputatie opbouwde in Amsterdam.

Ik heb de woorden van Dr. Tulp gezien die gegraveerd zijn rond de acht kanten van de toren: ‘Hoe meer er over ons menselijk lichaam geopenbaard wordt, hoe meer Gods glorie geopenbaard wordt.’ De verborgen paradox van dit schijnbare wetenschappelijke schilderij is dat het dode lichaam van een overtreder nog steeds de glorie van God kan openbaren.

Een van de meest treffende inzichten die ik in Rembrandts werk ken, wordt uitgebeeld in Christus en de op overspel betrapte vrouw. (Vreemd genoeg horen we nooit van ‘de op overspel betrapte man’). Omringt door haar aanklagers (zie bijgevoegde foto) knielt de vrouw met berouw voor Jezus, gekleed in het wit van een bruid, compleet met sleep. Wat ongebruikelijk is voor Christelijke kunst is dat Jezus niet gekleed is in het wit, maar in een vies bruin.

Wat een meesterlijk scenario van vergeving en omgeruilde rechtvaardigheid!

Dat zijn toch zeker verhalen waar je een serieus gesprek over kan beginnen.

Tot volgende week,




Geef een reactie