De val van Constantijn

maart 28, 2026

Al sinds Constantijn in de vierde eeuw zijn naties en rijken in de verleiding gekomen om zichzelf als ‘christelijk’ te bestempelen. 

Maar kan een natie of een rijk ‘christelijk’ zijn? Wat gebeurt er als het beweert dat te zijn?

De bekering van Constantijn leek een prachtig antwoord op gebed. De vervolging hield op. Het christendom werd de bevoorrechte godsdienst van het Romeinse Rijk. Kerk en staat versmolten. Het christendom kwam in de mode. Er volgde een enorme groei en overheidsfinanciering voor kerken. Het nominale christendom nam een hoge vlucht. 

Maar het evangelie werd aangetast. Gedomesticeerd. Gedevalueerd. De kerk bezweek voor de verleiding van de duivel tot wereldse macht, die Jezus in de woestijn had afgewezen. Ze trapte in de valstrik van Constantijn.

Hier zien we het eerste gevaar van een ‘christelijk rijk/land’: het geloof wordt gevormd door macht, niet door gehoorzaamheid. 

In 800 na Chr. werd Karel de Grote gekroond tot keizer van het ‘Heilige Roomse Rijk’ met een visie van een verenigd christelijk Europa. Het doel leek nobel: een beschaving gevormd door geloof, gerechtigheid en orde. Toch werd bekering soms bij wet afgedwongen. Duizenden Saksen die zich verzetten, werden geëxecuteerd of gedeporteerd. Het christendom raakte verweven met imperiale expansie.

Hier zien we het tweede gevaar: geloof wordt verplicht in plaats van vrijwillig

Het evangelie, dat zich verspreidt door overreding en getuigenis, raakt geassocieerd met dwang. De kerk wint aan invloed, maar verliest haar integriteit en geestelijke onafhankelijkheid.

Toen paus Urbanus II in 1095 de Eerste Kruistocht afkondigde, werd oorlogvoering in geestelijke termen gekaderd. Soldaten vochten met het kruis op hun schilden, in de overtuiging dat hun zaak heilig was. Het resultaat was niet alleen conflict met islamitische machten, maar ook geweld tegen joden en oosterse christenen. Het kruis – symbool van opofferende liefde – werd een vaandel van verovering.

Hier werd het gevaar nog groter: de oorlog zelf kreeg een heilige betekenis.

De protestantse Reformatie daagde het gezag van Rome uit, maar behield vaak het Constantijns model. Protestantse heersers werden hoofden van nationale kerken. Geloof werd gekoppeld aan grondgebied: Engels zijn betekende anglicaans zijn; Zweeds zijn betekende luthers zijn.

Het Britse Rijk illustreerde deze complexiteit. Daar speelde het christendom een belangrijke rol bij het vormgeven van de morele visie, het onderwijs en humanitaire bewegingen, zoals in de strijd van William Wilberforce tegen de slavernij. Toch raakte de christelijke identiteit verweven met de Britse macht en culturele superioriteit. (De drie staten waar de vorst, het staatshoofd of de hoogste leider tevens de hoogste religieuze autoriteit is, zijn Groot-Brittannië, het Vaticaan en Iran.)

Het patroon herhaalt zich: het christendom wordt een identiteit van de beschaving, niet alleen een persoonlijk geloof.

Dit liet een gemengde erfenis na – een erfenis die oprechte humanitaire vooruitgang combineerde met culturele overheersing. Na eeuwen van godsdienstoorlogen leerde de Europese geschiedenis dat de kerk de staat niet mag beheersen, noch de staat de kerk.

Deze pijnlijke les heeft bijgedragen aan het vormgeven van het moderne Europese streven naar godsdienstvrijheid en pluralisme. Maar vandaag de dag, nu er nieuwe oproepen klinken om het ‘christelijke Europa’ of het ‘christelijke Westen’ te verdedigen, keert de verleiding van de ‘Constantijnse val’ terug.

In Rusland is de verwevenheid tussen kerk en staat ook expliciet. Onder Vladimir Poetin, gesteund door patriarch Kirill, wordt Rusland gepresenteerd als verdediger van de christelijke beschaving. Oorlog, waaronder de invasie van Oekraïne, wordt in spirituele termen gekaderd. Het nationale lot krijgt theologische taal. Wanneer geloof en macht versmelten, loopt de kerk het risico een partner te worden in nationale ambitie in plaats van een kritische stem tegen onrechtvaardigheid.

Viktor Orbán in Hongarije spreekt over het verdedigen van het ‘christelijke Europa’. Hij beroept zich op het christendom als cultureel erfgoed, verbonden met grenzen en identiteit. Toch fungeert het christendom hier eerder als cultuur dan als navolging. Het geloof wordt een symbool van verbondenheid in plaats van een oproep tot verandering.

Het gevaar is uitsluiting: buitenstaanders worden gezien als bedreigingen voor de christelijke identiteit, in plaats van als naasten die men moet liefhebben.

In de Amerikaanse grondwet hebben de grondleggers de scheiding van kerk en staat goed geregeld. Maar vandaag de dag wordt Amerika in de kringen van Donald Trump opnieuw afgeschilderd als een land met een goddelijke missie. Politieke strijd krijgt een spirituele lading. Tegenstanders worden niet alleen als fout gezien, maar als bedreigingen voor Gods doelstellingen.

Het gevaar is ‘clear and present’: het christendom is ingezet als wapen om ‘Amerika weer groot te maken’ in plaats van vrijheid te bieden aan alle bevolkingsgroepen.

Oekraïne is een ander geval. Geconfronteerd met invasie en vernietiging put de natie van nature uit haar spirituele erfgoed om veerkracht te vinden. Kerken werken samen in een inclusief pluralisme om soldaten en slachtoffers te steunen. Geestelijke taal versterkt de nationale eenheid onder Volodymyr Zelenskyy. Maar zelfs hier moet de verleiding worden weerstaan om de nationale strijd te heiligen. Zelfs een rechtvaardige zaak kan worden verabsoluteerd.

Toch biedt Oekraïne ook hoop. Veel Oekraïense christenen worstelen openlijk met de vraag hoe ze hun land kunnen verdedigen zonder afbreuk te doen aan de integriteit van het evangelie. Deze worsteling kan Oekraïne helpen te voorkomen dat de fouten uit het verleden zich herhalen, toen identiteit in de plaats kwam van discipelschap, macht de theologie hervormde, vijanden werden ontmenselijkt en angst het geloof beheerste.

Een natie kan gevormd zijn door christelijke waarden – gerechtigheid, waarheid, waardigheid, mededogen – maar kan niet christelijk zijn op dezelfde manier als individuen of gemeenschappen dat kunnen. De staat oefent macht uit. 

In navolging van Jezus Christus moet de kerk het geweten van de staat zijn. Niet slechts de dominee.

Tot volgende week,




Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *