Een Zwitserse held

september 11, 2021

De Zwiters, zowel de rooms-katholieke als de protestantse, beschouwen Nicolaas van Flüe (1417-‘87) als de geestelijke vader van hun land. Bruder Klaus, zoals hij liefdevol wordt genoemd, was boer, soldaat, raadslid en rechter. Hij woonde in Flüeli, in centraal Zwitserland, aan de voet van de Alpen ten zuiden van Luzern. Toen hij vijftig jaar was, voelde hij dat God hem riep om zijn vrouw en kinderen te verlaten (!) om een leven als kluizenaar en wijze te beginnen. Van heinde en verre kwamen heersers hem om raad en wijsheid vragen.

Vorige maand verbleven mijn vrouw en ik een aantal dagen in een klooster met het uitzicht op het Sarnermeer (bekend door een aquarel van J.M.W. Turner), samen met jonge, ambitieuze christelijke politici. Gelegen aan de voet van de Alpen in Sankt Niklausen, bevindt het klooster zich op korte loopafstand van het kloofdal, waar Bruder Klaus de laatste twintig jaar van zijn leven doorbracht. Vandaag liggen verspreid langs de rand van de kloof hotels, herbergen en restaurants. Ze voorzien in de benodigheden voor de pelgrims die te voet, per auto of bus komen om eer te bewijzen aan deze oecumenische heilige. Al in 1470, toen Bruder Klaus nog leefde, werd zijn kapel door de paus erkend als een pelgrimsplaats. Hij werd opgenomen in de Sint Johannroute, een pelgrimspad dat voert naar Santiago de Compostela in Spanje.

Klaus had al een reputatie van morele integriteit en diepgaande spiritualiteit toen hij dertig jaar was, de leeftijd waarop hij met Dorothea Wyss trouwde. Hoewel hij ongeletterd was volgde hij toegewijd geestelijke disciplines, vasten, vroeg opstaan om te bidden en lange tijden doorbrengen in overdenking. Zijn moeder had hem ingewijd in de spiritualiteit van ‘Vrienden van God’ (Gottesfreunde), een beweging van leken en geestelijken die zich langs de Rijn tot Nederland uitstrekte. Hun doel was eenheid met God door gebed, meditatie over het lijden van Christus, afzondering en dienstbaarheid aan ieders naaste.

Visie

Klaus vocht in de Oude Zürich Oorlog, waarin de kantons van de Zwitserse Confederatie de afscheiding van Zürich bestreden. Het vijftiende-eeuwse Zwitserland was nog een verzameling van kantons die voortdurend met elkaar in oorlog waren, met name de bosrijke kantons vochten conflicten met de stedelijke kantons uit. Klaus speelde in sleutelrol in het beëindigen van deze oorlogen.

Een mystiek visioen van een paard dat een lelie opat, overtuigde hem ervan dat hij aardse zorgen (het paard stond voor het dagelijkse boerenwerk) had toegestaan zijn geestelijke leven (de lelie als symbool van zuiverheid) te verzwelgen. Samen met zijn vrouw en vijf dochters en vijf zonen nam hij in 1467 het gebedsvolle besluit zich toe te wijden aan het beschouwende leven. Hij vertrok naar Alsace (in de Elzas), waar de Gottesfreunde leefgemeenschappen hadden. Overnachtend op weg naar Basel met een andere broeder, werd Klaus overgehaald niet de grens over te steken. Daar kon hij vijandigheid verwachten vanwege de reputatie van de Zwitsers als ‘wrede soldaten’. Hij keerde terug naar zijn thuisdistrict en begon als kluizenaar de weg van gehoorzaamheid te volgen. Overmand door ernstige maagpijnen was hij niet in staat iets te eten, uitgezonderd de onderdelen van de dagelijkse eucharistie.

Toen hij eens op commando van zijn geestelijk leider een maaltijd nam, werd hij ernstig ziek. Volgens de overlevering was het enige voedsel dat hij de volgende twintig jaar tot zijn dood tot zich nam, de sacramentale wijn en brood. Hij vertelde de lokale parochiepriester eens: ‘Het lichaam en het bloed van Christus is mijn enige voedsel. Hij verlijft in mij en ik in Hem. Hij is mijn voedsel, mijn drinken, mijn gezondheid en mijn medicijn.’ Zowel de kerk als de civiele overheid bespioneerde hem om te kijken of dat klopte. Beide moesten concluderen dat Klaus’ getuigenis waar was.

Raad

Twee jaar nadat hij zijn huis verliet en leefde in provisorische onderkomens bouwden lokale autoriteiten een kleine hut met een kapel erbij. Vorige maand bezocht ik die hut met zijn twee ramen, waarvan een zicht geeft op de volle diensten in de kapel, en de andere op de plek waar bezoekers in de middagen bijeen kwamen om Klaus’ geestelijke raad te ontvangen. Een van die bezoekers was Albert von Bonstetten, overste van het klooster van Einsiedeln, die hem beschreef als ‘lang, gebruind en gerimpeld, met dunne grijze lokken en een korte baard. Zijn ogen waren helder, zijn tanden wit en goed verzorgd en zijn neus welgevormd’. Verschillende andere verslagen en brieven uit die tijd zijn er nog steeds.

In een kritieke fase van de Zwitserse Confederatie, waarin oorlogen tussen de kantons het overleven van de opkomende natie bedreigde, kwamen overheidsfunctionarissen Klaus om raad vragen. Zijn morele autoriteit schijnt van doorslaggevend belang te zijn geweest bij het doorbreken van de starre standpunten van de strijdende partijen. De houding van wederzijdse tolerantie die daaruit voortvloeide, voorkwam een zelfvernietigende burgeroorlog en stelde de Zwitserse Confederatie in staat om de eenheid te bewaren tijdens de splijtende religieuze controverses die nog in aantocht waren. 

O, dat er vandaag zulke geestelijke vaders (en moeders) in Europa zijn!

P.S. Luister ook naar Jim Memory’s talk van deze week over zijn missiologisch verslag, Europa 2021.




Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.