Gedachten bij Hemelvaartsdag

mei 28, 2022

Voor de gemiddelde Europeaan van vandaag is Hemelvaartsdag op onze kalender blijven staan als een overblijfsel uit een of ander vaag religieus verleden. Het is weer een welkome vrije lentedag samen met Pasen en Pinksteren. Een enkeling maakt zich nog druk of denkt zelfs maar aan de oorsprong ervan.

As gelovigen echter kunnen we het belang van deze gebeurtenis zien, waarbij Christus zijn volgelingen opdroeg op weg te gaan en ‘alle volken tot mijn leerlingen’ te maken. Maar wanneer we ons voor ogen proberen te stellen wat er werkelijk op die dag gebeurde, worstelt ons verstand om dat te begrijpen. Steeg Jezus gewoon op van het oppervlak van deze aarde, zoals we tegenwoordig astronauten in hun ruimteraketten gelanceerd zien worden, en zette Hij koers naar een of andere locatie die wij hemel noemen?

Onze beperkte ervaring met uit de dood opgestane lichamen helpt ons niet echt bij het begrijpen van de hemelvaart. In zijn boek Wonderen wijst C.S. Lewis erop dat de transformatie na de opstanding de eerste stap is op weg naar de nieuwe schepping die nog moet komen – het nieuwe karkater van de Komende Wereld:

Als het Opgestane Lichaam niet mogelijk zou zijn, dan zou iedereen van ons (christen of niet) een verklaring moeten kunnen vinden voor het verdwijnen van het lichaam. En alle christenen moeten uitleggen waarom God een ‘visioen’ of een ‘geest’ zond of toestond, welks gedrag nagenoeg exclusief de discipelen naar de overtuiging leidde dat het niet een visioen of een geest was, maar een fysiek wezen. Als het een visioen was, dan was het allemaal de meest systematische bedrieglijke en leugenachtige ooit. Maar als het echt is geweest, dan is er iets gebeurd nadat het ophield te verschijnen. Je kunt de Hemelvaart niet wegnemen zonder er iets anders voor in de plaats te zetten.

De verslagen stellen Christus voor als voorbijgaand na de dood (zoals nog nooit iemand was heengegaan), noch in een zuiver, dat wil zeggen negatief, ‘geestelijk’ bestaan, noch in een ‘natuurlijk’ leven zoals wij nu kennen, maar in een leven dat zijn eigen, nieuwe natuur heeft. Het stelt Hem voor alsof hij zich zes weken later terugtrekt in een ander soort van bestaan. Er staat – Hij zegt het – dat Hij heengaat ‘om een ​​plaats voor ons te bereiden’. Dat betekent vermoedelijk dat Hij op het punt staat die hele nieuwe natuur te scheppen die de omgeving of voorwaarden zal verschaffen voor zijn verheerlijkte mensheid en, in Hem, voor de onze. 

Het is het beeld van een nieuwe menselijke natuur, en een nieuwe natuur in het algemeen, die tot stand wordt gebracht. We moeten inderdaad geloven dat het verrezen lichaam heel anders is dan het sterfelijke lichaam: maar het bestaan, in de nieuwe staat, van alles dat in welke zin dan ook als ‘lichaam’ kan worden beschreven, omvat een soort ruimtelijke relaties en op den duur een heel nieuw universum. Dat is het beeld – niet van ongedaan maken, maar van opnieuw maken. Het oude veld van ruimte, tijd, materie en de zintuigen moet worden gewied, omgespit en ingezaaid voor een nieuwe oogst. We zijn misschien moe van dat oude veld, maar God is niet.– (uit Miracles, p.149)

Verborgen en onthuld

Niet te bevatten? Misschien dat deze bespiegeling van Malcolm Guite, ’Hemelvaart’, weerklank vind in jouw wezen:

‘We zagen zijn licht doorbreken in de wolk van glorie

Terwijl wij geworteld waren in tijd en ruimte, 

Toen aarde een deel werd van het hemelse verhaal

En de hemel zijn menselijke gezicht opende.

We zagen Hem gaan en toch waren we niet gescheiden,

Hij nam ons mee naar het hart van de dingen,

Het hart dat brak voor alle gebrokenen van hart

Is heel en compleet hemels, en zingt;

Zingt in de sterkte die voortkomt uit zwakheid,

Zingt door de wolken die Hem ons aan het zicht onttrekken,

Terwijl wijzelf de wolk van zijn getuigen worden

En de tanende duisternis naar het licht zingen;

Zijn licht in ons, en de onze in Hem verborgen,

Die de hele schepping verwacht om te worden onthuld. 

Het gedicht legt uit: “In het mysterie van de Hemelvaart zien we iets terug van de manier waarop aan de ene kant Christus ons ‘verlaat’ en is opgenomen naar de hemel. Maar aan de andere kant waarop Hij op een nieuwe en meer universele manier aan ons en aan de wereld is gegeven. Hij is niet meer op één fysieke locatie uitgezonderd van alle andere. Hij is nu in de hemel, is in het hart van alle dingen en is overal beschikbaar voor iedereen die Hem aanroept. En doordat zijn menselijkheid naar de hemel gebracht is, hoort ook onze menselijkheid daar thuis, en is daar op een bepaalde manier al bij Hem. ‘Want jullie zijn gestorven’, zegt Paulus, ‘en jullie levens zijn geborgen bij Christus in God’. In de hemelvaart is Christus’ glorie onmiddellijk geopenbaard en geborgen, en zo ook die van ons.” (uit Sounding the Seasons, Canterbury Press)




Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.