De Paradox van Abraham Kuyper

augustus 30, 2017

De meeste Nederlanders weten tegenwoordig niet meer wie hij is. Door anderen wordt hij of verafschuwd of bewonderd. Maar hij was ongetwijfeld een van de vaders van het Nederland van vandaag.

Nederlandse kerken, scholen, media, en politiek een indruk achtergelaten die vandaag, een volle eeuw later, nog steeds zichtbaar is.

Maar enkele van de 24.000 studenten aan de universiteit die hij heeft gesticht, konden zeggen wie de witmarmeren buste buiten de hoofdaula voorstelde. Ik zag een keer een spelshow waar drie ‘scherpe’ kandidaten voor de titel van ‘De slimste persoon’ werden gevraagd om de volgende persoon te identificeren: hij was een Nederlandse premier; zijn voornaam was Abraham hij was de leider van de Anti-Revolutionaire Partij (ARP) en de stichter van de Vrije Universiteit van Amsterdam. Na een tijdje ummen en ahhen, waagde een zich er eindelijk aan: “Calvijn?”!

Een paar honder meter van het YWAM centrum de Poort in Amsterdam, op de Prins Hendrikkade, staat het huis waar Kuyper van 1880 tot 1900 heeft gewoond. Hij schreef dagelijkse columns die het denken van veel van zijn lezers hebben gevormd. Het was van daar twintig minuten lopen naar de Nieuwe Kerk op de Dam. Daar heeft hij in 1880 tijdens de inwijding van de Vrije Universiteit, de volgende beroemde woorden gesproken: “In de totale spanne van een mensenleven is er geen vierkante centimeter waarvan Christus, die majestueus boven alles staat, niet zegt: “Dat is van mij!””

Meer dan veertig jaar lang, zelfs toen hij werkzaam was als rector van de universiteit en later als premier, was Kuyper hoofdredacteur van zowel het dagblad De Standaard, en de wekelijkse aanvulling De Heraut. Geen wonder dat zijn rivalen hem zagen als ‘de man met tien hoofden en honderd armen’!

Antithese

Tegen het einde van de eeuw werd De Standaard erkend als het meest prestigieuze dagblad van het land. Bij het vieren van zijn 25-jarige redacteurschap van de krant in 1897, zei Kuyper: Eén begeerte is de leidende passie van mijn leven geweest. Eén hoog ideaal heeft als een spoor in mijn geest en mijn ziel gedrukt. En dat is dit: dat ondanks alle tegenstand van de wereld, Gods heilige ordinantiën weer de hoogste plaats zouden innemen in de huizen, op school en in de staat, ten goede van het volk; om de ordinantiën des Heeren, waarvan de Bijbel en de schepping getuigen, als he t ware in te kerven in het geweten der natie, totdat de natie Gode weer eer bewijst.

Kuyper was een voorstander van het idee van de antithese, dat er twee soorten mensen waren (gered en ongered), en dus twee soorten menselijk leven en bewustzijn van het leven, en twee soorten wetenschappelijk-academisch onderzoek. Onze wereld en leven werd gevormd en geleid door onze rebelse geesten, leerde hij; alleen wanneer God onze wil terug naar hem brengt, zouden we onze manier van kennen kunnen corrigeren.

Het idee van de antithese kwam tot uitdrukking in het openbare leven als de ‘verzuiling’, wat betekent dat elke levensbeschouwelijke groep – protestants, katholiek, socialist, liberaal, etc. – vrij was om hun eigen scholen, kranten, vakbonden, politieke partijen, omroepen, en clubs mochten oprichten die dan publiek gefinancierd werden. Kuypers nalatenschap op dit gebied is dat tot op de dag van vandaag er een unieke gelijke behandeling is voor levensbeschouwelijke organisaties.

Algemene Genade

Paradoxaal genoeg geloofde Kuyper, naast dat hij vasthield aan zijn idee van de antithese, tegelijkertijd ook dat Gods algemene genade in de hele mensheid en in heel de maatschappij te zien is: in Gods onderhoudende zorg voor de schepping , in de instituten van de overheid, door ons geweten, en door allerlei menselijke vooruitgang door zowel gelovigen als ongelovigen op medisch, technologisch, wetenschappelijk, bouwkundig, economisch, en sociaal vlak die de levens van mensen verbeteren.

Na de vernietigende overstroming die de mensheid bijna heeft uitgeroeid, onderwees Kuyper, beloofde God Noach dat Hij zonde nooit meer zo uit de hand zou laten lopen dat het de wereld en de mensheid vernietigt – ten minste totdat Gods plannen zijn vervult. De regenboog is er om ons aan die belofte te herinneren.

Met andere woorden, God heeft grenzen gesteld aan de invloed van de zonde, de dood, en Satan. Hij koos ervoor om de kosmos en het menselijke leven te onderhouden en te houden in een toestand er tussenin waarbij de totale vernietiging en verdorvenheid worden voorkomen tot Zijn goddelijke doelen zijn vervuld, wanneer ‘alle volkeren zullen komen en u prijzen, o Heer’ (Psalm 86:9)

Gods gave van culturele vaardigheden zowel aan gelovigen als aan ongelovigen schiep de mogelijkheid voor een gedeelde cultuur waar mensen konden samenwerken om de maatschappij vooruit te helpen door kunst, wetenschap, economie, en politiek. Dit begrip van algemene genade gaf de volgelingen van Kuyper een theologie en een rationale basis om als gelovigen met niet-gelovigen samen te werken aan een betere wereld.

Kuyper zorgde op deze manier voor het ontstaan van proactieve betrokkenheid van Christenen bij de culturele, sociale, en politieke zaken om de maatschappij te ‘transformeren’. Andere wereldbeelddenkers, waaronder Francis Schaeffer, Nicholas Wolterstorff, Chuck Colson, en Tim Keller, hebben op de brede schouders van deze man gestaan.

En wij kunnen dat ook.

Tot volgende week,




Geef een reactie