BRAM Op Bram

december 14, 2020

Tijd voor een laatste Kuyper-analyse voordat het honderdjarig gedenken aam het eind​​van 2020 afloopt. 

Zeker niet te vroeg is zojuist een honderdjarig Kuyper-tijdschrift in de Nederlandse winkels verschenen, onder redactie van Kuyper-specialist George Harink van de Vrije Universiteit. Het lezen van de verschillende artikelen in deze BRAM-publicatie (Kuypers bekende naam, afkorting van Abraham), met bekende Nederlandse politici, academici en publieke figuren, deed me denken aan het verhaal van de blinde mannen en de olifant, elk met hun eigen indrukken en conclusies maar die het grotere plaatje missen.

Sommigen gaven Kuyper nog steeds de schuld van het opsplitsen van de Nederlands Hervormde Kerk (NHK) in 1886, waardoor de zogenaamde Doleantie (rouw) beweging ontstond die resulteerde in de Gereformeerde Kerken, letterlijk de Opnieuw Hervormde kerken van Nederland, onafhankelijke, democratisch bestuurde kerkelijke gemeenten . Wat begon als een poging om de nationale kerk te hervormen van de invloed van het modernisme en haar te redden van de afstompende tradities van de aristocratie, eindigde er in dat Kuyper en 80 collega-predikanten en kerkoudsten werden verdreven uit de NHK en hen het gebruik van de kerkgebouwen werd verboden. Terwijl de twee stromingen onlangs samen met de Lutherse Kerk herenigd zijn om de Protestantse Kerk van Nederland (PKN) te vormen, blijft Kuyper voor sommigen de belangrijkste boosdoener.

Anderen zagen in Kuypers racistische opvattingen en zijn ‘sfeer soevereiniteit’ de wortels van apartheid. In een passage uit zijn Stone Lectures die de moderne lezer schokt en tegelijk Kuyper onthult als een kind van zijn tijd, sprak hij over iemand die veel liever hoorde bij het arisch ras dan bijvoorbeeld een Hottentot of een Kaffir te zijn. (dit  laatste toen nog onschuldige woord is nu net zo aanstootgevend als ‘nikker’, vooral in Zuid-Afrika). Maar terwijl het idee van soevereiniteit in de sfeer werd gebruikt door sommigen die aanspraak maakten op Kuypers nalatenschap, zag Kuyper zelf nooit ras als een sfeer – het waren verschillen in wereldbeelden, niet etniciteit, waarbinnen de samenleving levensstijlen en instellingen zou moeten ontwikkelen. Zijn complementaire concept was ‘sfeer-universaliteit’ waardoor alle verschillende wereldbeschouwelijke uitdrukkingen zouden moeten samenwerken voor het algemeen welzijn van het geheel, in plaats van in geïsoleerde ‘pilaren’ of ‘bubbels’.

‘Ondoorgrondelijk’

Weer anderen hadden weerzin tegen de manier waarop Kuyper de spoorwegarbeidersstaking onderdrukte toen hij premier was, dit was in schijnbare tegenspraak met hem als  voorvechter van de ‘kleine luyden’ , kleine mensen. Een socialistische cartoon van die tijd toont Kuyper die een spoorwegarbeider smoort en naar beneden duwt, een beeld dat levendig is gebleven onder degenen die Kuyper van hypocrisie willen beschuldigen.

Het artikel van Johan Snel, auteur van de recente biografie, De zeven levens van Abraham Kuyper, en die ik onlangs geïnterviewd ( alleen Nederlands ), onthult Kuyper als ‘ondoorgrondelijk’, complex en een vrijwel onuitputtelijke bron van nieuwe inzichten. Hij gelooft dat te veel van zijn landgenoten genoegen nemen met een karikatuur van de man, en niet de moeite te nemen om verder te kijken en  te beseffen wat deze reus uit het verleden ons nog kan leren. 

Het was een interview met een niet-Nederlandse Kuyper-expert, de Afro-Amerikaanse Wheaton College-hoogleraar Vincent Bacote, die mij het meest is bij gebleven. Hij beschreef zijn ontdekking van Kuypers theologie van cultuur en publieke betrokkenheid, terwijl hij een masterstudent was, als volgt: ‘als het ademen van wat broodnodige zuurstof’. Ondanks de racistische neigingen, was voor Bacote belangrijk dat Kuyper inging op het verontrustende gebrek van theologische argumentatie  en van christelijke publieke betrokkenheid. Kuypers verslag van het werk van de Geest bij de schepping leidde tot verantwoordelijke betrokkenheid in alle sferen van de wereld, van politiek tot cultuur tot milieu-ethiek. Hij onderwees  een systeem van leven dat niet alleen bemoedigde, maar zelfs publieke betrokkenheid eiste. Bacote schreef vervolgens een boek over het toe-eigenen van de erfenis van Kuyper, The Spirit in public theology. 

Strand

Bacote’s ontdekking deed me denken aan de eerste keer dat ik over Kuyper hoorde, 48 jaar geleden, van een vriend, een arts, toen we op een strand lagen in het noorden van Nieuw-Zeeland, nadat hij had gehoord over mijn worsteling hoe mijn studies in verband te brengen met mijn geloof en om te begrijpen hoe God aan het werk is geweest in menselijke aangelegenheden. Met die stranddiscussie begon een levenslange ontdekkingsreis met Kuyper als mentor waarover ik sprak in een recent Look Up- interview . Tegenwoordig wonen we in dezelfde straat waar Kuyper twintig jaar lang heeft gewoond.

Terwijl je dit wekelijkse woord leest , zijn Romkje en ik net aangekomen in Nieuw-Zeeland – waar deze reis begon – op familiebezoek, vooral om bij mijn bijna 98-jarige moeder te zijn. Hier zal ik werken aan een proefschriftproject waarin ik evangelische opvattingen over de Europese Unie en hun bronnen onderzoek. Kuyper zal opnieuw gids en mentor zijn, als de vader van de publieke theologie en het christelijk wereldbeeld.

Volgende week zal ik onze ervaringen delen van de eerste van twee weken in quarantaine, voordat ik in januari een pauze neem.

Tot volgende week,




Geef een reactie