Tijdens een diner met een oude collega afgelopen weekend dacht ik er weer aan hoe ik voor het eerst van hem hoorde, toen hij samen met drie andere jongeren in Marokko gevangen zat.
Het jaar was 1982. Vanuit het trainingscentrum Heidebeek, waar ik de leiding had, hadden we zomerteams uitgezonden voor evangelisatie-outreaches naar verschillende bestemmingen in Europa en Noord-Afrika. Paul de Kloe, een 23-jarige leraar, had zich op de fiets vanuit Nederland bij een team in Zuid-Spanje aangesloten om van daaruit naar Marokko over te steken. Hun plan was een kampeervakantie te combineren met vriendschapsevangelisatie onder de lokale bevolking. Paul en zijn teamgenoten hadden vriendschappelijke ontmoetingen met enkele lokale bewoners op hun camping in Fez, van wie sommigen oprechte belangstelling voor de Bijbel leken te tonen. Op een avond bood Paul een jonge man een exemplaar van het evangelie van Johannes aan.
Vroeg de volgende morgen werd het team wakker; de hele camping was omsingeld door de politie, die was ingezet om het team te arresteren. Paul en zijn teamgenoot Peter werden een cel binnengedreven waar criminelen langs de muren hurkten. De twee vrouwen, Anneke en Joke, kwamen terecht in een slaapzaal die ze deelden met andere vrouwelijke gedetineerden.
Twee weken later veroordeelde een Marokkaanse rechtbank Paul tot twee jaar gevangenisstraf wegens het zonder toestemming verspreiden van christelijke lectuur. Vanwege zijn lange gestalte gingen ze er (ten onrechte) van uit dat hij de teamleider was. De anderen werden vrijgelaten. Hoewel Marokko bestaande christenen vrijheid van godsdienst toekende, was (en is) het ‘bekeren’ van moslims streng aan banden gelegd.
Ik herinner me de slapeloze nachten die ik had. Eerst gingen m’n gedachten over de vier in de overvolle gevangenis, daarna aan Paul die twee jaar in benauwde omstandigheden tegemoet ging. Nadat Pauls ouders mijn vrouw en mij op Heidebeek hadden bezocht, reisde zijn vader naar Marokko om hem in de gevangenis te bezoeken.
Er werd een briefschrijfactie op touw gezet waarin een beroep werd gedaan op de Nederlandse regering, de ambassade en zelfs koningin Beatrix. Haar tussenkomst leidde er uiteindelijk toe dat Paul na vijf weken cel werd vrijgelaten.
Zijn gevangenschap was niet het eerste verhaal over een gevangen gezette YWAM’er. In 1973 werden twee jonge vrouwen in het communistische Albanië gearresteerd en met de doodstraf bedreigd, voordat ze onverwacht werden vrijgelaten – een dramatisch verhaal dat wordt verteld in het verslag uit de eerste hand van Reona Peterson Joly, Tomorrow you die.
Een jaar na Pauls gevangenschap werd een aantal leden van een discipelschapsschool van Heidebeek, op outreach naar Libanon, samen met een Zwitserse arts, Josianne André, onder bedreiging van vuurwapens gegijzeld. Waarschijnlijk had een lokale militie een poging tot ‘fondswerving’ ondernomen, zoals daar halverwege de jaren tachtig gebruikelijk was. Na drie dagen vol spanning voor de families en voor ons als zendingsleiders werden ze vrijgelaten.
Dag voor dag
In 1998, toen ik Europees directeur van JmeO was, kreeg ik een dringend telefoontje van onze leider in Rostov aan de Don in Rusland. Een pasgetrouwd Zweeds stel, beiden 22 jaar, was op weg naar huis vanuit de kerk in Makhachkala, Dagestan, toen gemaskerde mannen hen in een auto dwongen en naar het naburige Tsjetsjenië brachten. Daniel en Paulina Brolin werden de jongste gijzelaars in de lucratieve ontvoeringsindustrie van de regio. Toen ik met een internationale advocaat in Stockholm aankwam om met familie, kerkleiders en contactpersonen bij de overheid te praten, waren zij het tweede nieuwsitem op het tv-journaal.
Hun boek 165 dagar: Ett kidnappningsdrama (‘165 dagen: een ontvoeringsdrama’) vertelt het aangrijpende verhaal over gijzeling en getuigt van christelijk geloof onder extreme druk. Daniel en Paulina beschrijven de eentonigheid en de angst van het leven gedurende 23 weken in een donkere, beschimmelde ondergrondse kelder. Ze hadden bijna geen daglicht, slechte hygiënische omstandigheden, weinig voedsel en leefden in voortdurende onzekerheid of ze zouden worden vermoord. De Schrift, gebed, lofzangen en gememoriseerde Bijbelverzen werden hun dagelijkse voedsel. Ze leerden om dag voor dag te overleven.
In hun boek staan de Brolins stil bij vergeving, het vertrouwen op Gods gerechtigheid en hun weigering om hun ontvoerders de rest van hun leven te laten bepalen. In latere interviews hebben ze gezegd dat hun ervaring hen heeft geleerd om elke gewone dag te koesteren en hun leven bewuster in dienst van God te stellen. Daniel en Paulina zijn uiteindelijk met hun vier kinderen teruggekeerd naar hun werk in het buitenland – ditmaal in Thailand.
Lijden nam alles weg
Vorige maand ontmoette ik in Amsterdam Els, voor het eerst sinds haar man Jeff Woodke, een Amerikaanse hulpverlener bij JmeO, was vrijgelaten na zes en een half jaar gevangenschap bij extremisten in Niger die banden hebben met Al Qaida. Jeff en zijn Nederlandse vrouw hadden zich meer dan 25 jaar ingezet voor enkele van de armste gemeenschappen in Niger, waar ze scholen, waterprojecten en landbouwinitiatieven hadden opgezet.
Op 14 oktober 2016 werd hij in Abalak, Niger, ontvoerd door gewapende jihadisten. Hij werd over de grens naar Mali gebracht, waar hij herhaaldelijk werd geslagen, lange tijd geketend zat, onvoldoende voedsel en medische zorg kreeg en onder druk werd gezet om zich tot de islam te bekeren. Toch hield hij vast aan de hoop door middel van gebed, de Bijbel en de overtuiging dat God hem niet in de steek had gelaten.
Na een internationale inspanning waarbij de regeringen van de Verenigde Staten, Niger en Frankrijk betrokken waren, werd Woodke in maart 2023 onverwacht vrijgelaten, samen met een Franse journalist. Na zijn hereniging met Els en zijn familie begon hij aan het lang proces van lichamelijk, emotioneel en geestelijk herstel.
In zijn binnenkort te verschijnen memoires, All the Way Home, beschrijft hij hoe het lijden hem alles ontnam, behalve de essentie: geloof, hoop en liefde. Jeff schrijft openhartig over trauma en PTSS, maar ook over vergeving, vrijheid en de ondersteunende kracht van Gods trouw, en de mogelijkheid om naar huis terug te keren – niet alleen fysiek, maar ook spiritueel.
Het nieuwe normaal?
Voor ons in het Westen maken zulke verhalen geen deel uit van het normale kerkelijke leven. Maar ontvoeringen en gevangenschap zijn een terugkerend thema, zowel in de Bijbelse verhalen als in de kerkgeschiedenis. Denk maar aan Jozef, Jeremia, Daniël, Johannes de Doper, Jezus zelf en Paulus.
Patrick werd op zestienjarige leeftijd als slachtoffer van mensenhandel naar Ierland gebracht, waar hij later als zendingsapostel terugkeerde. Jan Hus, Thomas Cranmer, William Tyndale en John Bunyan behoren tot de velen die omwille van het evangelie gevangenschap en dood ondergingen. Net als Dietrich Bonhoeffer, Corrie ten Boom en Richard Wurmbrand in de vorige eeuw.
Toch zijn ook vandaag de dag arrestatie, gevangenschap, ontvoering, marteling en zelfs het martelaarschap voor miljoenen nog steeds deel van het leven als volgeling van Christus. Open Doors meldt dat zo’n 388 miljoen mensen – ongeveer één op de zeven christenen wereldwijd – vanwege hun geloof te maken hebben met een hoge, zeer hoge of extreme mate van vervolging en discriminatie.
Zeven op de tien christenen die vorig jaar wereldwijd zijn vermoord, waren Nigerianen. Nigeria is het epicentrum van dodelijk anti-christelijk geweld. In India worden de meeste christenen vastgehouden, vaak op grond van anti-bekeringwetten. Duizenden Indiase gelovigen zijn gearresteerd of gevangengezet na beschuldigingen van illegale evangelisatie. In landen als Noord-Korea, Eritrea, Iran, China en delen van Centraal-Azië zitten veel christenen op dit moment al jaren in de gevangenis. Het grootste gevaar in delen van Sub-Sahara-Afrika is echter ontvoering of moord, in plaats van formele gevangenisstraf.
De ‘normale’ christelijke ervaring is steeds minder die van de comfortabele westerse kerk, maar steeds meer die van gelovigen die onder druk hun geloof belijden. De aansporing uit Hebreeën 13:3 is vandaag net zo actueel als toen ze werd opgeschreven: „Denk aan hen die in de gevangenis zitten, alsof jullie zelf met hen in de gevangenis zitten.”
Tot volgende week,