Het evangelie: een wapen?!

mei 24, 2026

Een verleidelijk verhaal heeft delen van de conservatief-christelijke wereld in zijn greep: dat we sterke nationalistische leiders nodig hebben om de ‘christelijke beschaving’ te verdedigen tegen seculier liberalisme, moreel verval en culturele versnippering.

In dit verhaal wordt Poetin neergezet als de bewaker van de traditionele orthodoxie, terwijl Trump wordt afgeschilderd als de verdediger van het christelijke Amerika. Orbán versterkte hetzelfde thema tijdens zijn autocratische bewind in Hongarije: het christendom versmolten met nationalisme en beschavingsstrijd.

Toch vervormt deze retoriek het christelijk geloof ingrijpend. Zowel in het Rusland van Poetin als in het Amerikaanse nationalisme van het Trump-tijdperk wordt het christendom steeds meer omgevormd tot een politieke religie van wrok, macht en militarisme — waarbij selectief bijbelse beeldspraak wordt aangeroepen terwijl het centrale bijbelse gebod om de naaste lief te hebben wordt genegeerd.

Het meest verontrustende is dat deze beweging oorlog en geweld verheerlijkt. Het christendom dat hier wordt geprojecteerd, draait meer om verovering, dominantie, vijanden en cultureel voortbestaan dan om nederigheid, verzoening, barmhartigheid of vredestichting. Oorlogsverhalen uit het Oude Testament worden verheven, terwijl de leer van Jezus over het liefhebben van vijanden, het zorgen voor vreemdelingen en het zegenen van vredestichters wordt genegeerd.

Onder Poetin heeft de alliantie tussen het Kremlin en de Russisch-orthodoxe kerk de orthodoxie veranderd in een ideologische tak van de staat. Patriarch Kirill heeft de Russische oorlog tegen Oekraïne herhaaldelijk afgeschilderd als een ‘heilige strijd’ tegen westerse corruptie en moreel verval. Russische soldaten worden gezegend voordat ze aan het front in de ‘vleesmolen’ worden gegooid. 

Niets symboliseert dit duidelijker dan de Kathedraal van de Verrijzenis van Christus buiten Moskou, voltooid in 2020 ter herdenking van de 75e verjaardag van de Sovjetoverwinning in de Tweede Wereldoorlog. De enorme kathedraal viert Russische militaire overwinningen met militaristische beeldtaal die direct in de heilige ruimte is verweven. Het is een monument voor nationale macht, niet voor berouw. Het christendom is opgenomen in de mythologie van de staat.

Deze gemilitariseerde spiritualiteit staat in directe tegenspraak met de kern van de christelijke ethiek. In het bezette Oekraïne hebben Poetins mannen meer dan 700 kerkgebouwen vernietigd of beschadigd, met name van baptistengemeenten. Christelijke gemeenschappen die weigeren zich aan Moskou te onderwerpen, worden als vijanden behandeld, of ze nu orthodox, protestants, katholiek of evangelisch zijn. Predikanten en priesters zijn in de bezette gebieden ontvoerd, gemarteld, gevangengezet en vermoord.

Een ‘christendom’ dat geweld tegen naburige volkeren rechtvaardigt, is niet langer het evangelie van Christus. Het is een wapen geworden.

Culturele oorlogvoering

Hoewel de vorm anders is, lijkt de Amerikaanse versie qua toon steeds meer op de oorspronkelijke. In de kring rond Trump hebben conservatieve christenen een retoriek van permanente culturele oorlogvoering omarmd. Politieke tegenstanders hebben niet langer alleen ongelijk, maar worden afgeschilderd als existentiële vijanden van God, de natie en de beschaving. Het openbare christendom raakt verweven met uitingen van hardheid, dominantie, mannelijkheid en patriottische strijdlust.

De verschijning van minister van Oorlog (!) Hegseth tijdens de conservatief-christelijke bijeenkomst ‘Rededicate 250’ afgelopen weekend in Washington versterkte de indruk dat een strijdlustig, kruistochten voerend christendom aan invloed wint in nationalistische kringen. Hegseth heeft een visie van militant christelijk nationalisme en beschavingsstrijd meer gepromoot dan berouw, nederigheid of verzoening.

Een christendom dat voornamelijk wordt geïnterpreteerd door middel van veroveringsverhalen, negeert de bredere bijbelse koers naar gerechtigheid, barmhartigheid en verzoening. De Schrift wordt doorzocht naar beelden van krijgers en koningen, terwijl zowel de herhaalde oproepen van de Hebreeuwse profeten om de vreemdeling te beschermen als Jezus’ radicale gebod om ‘je vijanden lief te hebben’ terzijde worden geschoven.

Verdedig de waardigheid

Zowel het Oude als het Nieuwe Testament benadrukken de waardigheid van ieder mens die naar Gods beeld is geschapen. Jezus reikt de naastenliefde verder uit dan stam en natie door middel van de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. De apostel Paulus leert dat etnische en sociale scheidslijnen in Christus worden overstegen.

Het nationalistische christendom versmald mededogen tot het eigen volk. Buitenstaanders worden bedreigingen. Immigranten worden indringers. Politieke tegenstanders worden vijanden van God. Militaire macht wordt een bron van spirituele betekenis. Het kruis wordt in de vlag gehuld.

Eerlijk gezegd voelen veel christenen in Europa en Amerika zich oprecht verontrust door agressief secularisme, morele versnippering en snelle culturele veranderingen. Ze vrezen het verlies van betekenis, continuïteit en morele grondslagen. Leiders die orde en cultureel herstel beloven, worden natuurlijk aantrekkelijk.

Maar juist christenen zouden zich moeten verzetten tegen leiders die beweren de ‘christelijke beschaving’ te verdedigen, terwijl ze er niet in slagen de geest van Christus te belichamen: door waarachtigheid, nederigheid, barmhartigheid, gerechtigheid en naastenliefde. De taak van gelovigen is niet om macht te heiligen, maar om de waarheid te spreken tegen de macht; niet om conflict te verheerlijken, maar om verzoening te zoeken; niet om nationale grootheid te verafgoden, maar om de waardigheid van ieder mens te verdedigen.

Spreuken 6:16 biedt een checklist van ‘zes dingen die de Heer haat’, aan de hand waarvan we onze leiders kunnen beoordelen: hooghartige ogen, een leugenachtige tong, handen die onschuldig bloed vergieten, een hart dat slechte plannen smeedt, voeten die snel zijn om het kwaad na te jagen, een valse getuige die leugens verspreidt, en iemand die onenigheid zaait in de gemeenschap.  

Leiders kunnen wel beweren dat ze religieuze overtuigingen of patriottische deugden hebben, maar als hun openbare leven gekenmerkt wordt door wreedheid, bedrog, hoogmoed, arrogantie, wraakzucht, verdeeldheid of een gebrek aan zelfbeheersing, klinkt hun belijdenis hol. 

Pinksteren is een geschikt moment om Paulus’ beschrijving van de ‘vrucht van de Geest’ toe te passen om politiek leiderschap te toetsen: liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid en zelfbeheersing. 


P.S. Als er verkeerde manieren zijn waarop christenen zich in de publieke ruimte kunnen engageren, wat zijn dan de juiste manieren? Dat is wat we zullen onderzoeken in de tweede module van de zomercursus: Engaging the Public Square, 20-24 juli. Sluit je aan bij Tron Ansaldo, Ed Heger (voormalig premier van Slowakije – via Zoom), mijzelf en anderen voor deze week in Amsterdam.

Of je kunt de week ervoor meedoen met Engaging the city, 13-17 juli; of de week erna met Engaging Europe, 27-31 juli.


Tot volgende week,




Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *