De viering van 250 jaar Amerikaanse onafhankelijkheid is een uitgelezen moment om stil te staan bij de menselijke weg van afhankelijkheid naar onafhankelijkheid en uiteindelijk naar onderlinge afhankelijkheid (interdependence) – tussen individuen, gemeenschappen en naties.
Veel Amerikanen vragen zich af wat de toekomst van hun democratie zal brengen. Oekraïners strijden voor hun onafhankelijkheid ten opzichte van het imperialistische Rusland. Britten zetten, tien jaar later, vraagtekens bij de wijsheid van de Brexit. En leiders van de Europese Unie debatteren over de voor- en nadelen van uitbreiding. Het is een goed moment om ons af te vragen wat we kunnen leren van dit opmerkelijke Amerikaanse experiment – niet alleen in het verwerven van onafhankelijkheid, maar ook in het ontwikkelen van onderlinge afhankelijkheid.
Want onafhankelijkheid is niet het toppunt van volwassenheid. Onze moderne westerse cultuur, die radicale autonomie viert, stelt vrijheid gelijk aan volledige zelfbeschikking. Toch leidt die houding van ‘ik heb niemand nodig’ ironisch genoeg vaak tot eenzaamheid en vormen van verslaving.
Zowel als individu als op het niveau van naties moeten we leren groeien in persoonlijke volwassenheid. We beginnen vanuit een afhankelijke positie – vooral ten opzichte van onze ouders en familie – en leren vervolgens als tiener onafhankelijk te zijn en verantwoordelijkheid voor onszelf te dragen. We moeten uitgroeien tot mensen die onderling afhankelijk zijn: in staat om zelfstandig te leven, maar bewust kiezen voor wederkerige relaties; waarbij we zowel geven als ontvangen, en waarbij we noch overheersen, noch overheerst worden.
De goddelijke bedoeling voor de bredere menselijke familie is dat individuen, gemeenschappen en naties op een juiste manier met elkaar verbonden zijn. Geen enkele moderne natie heeft volledige controle over financiële markten, migratie, energiezekerheid, het klimaat, digitale technologie, georganiseerde misdaad of militaire dreigingen.
Hoe samen te leven
Independence Day zou net zo goed Interdependence Day genoemd kunnen worden. De oorspronkelijke dertien Amerikaanse koloniën moesten immers een manier vinden om na hun onafhankelijkheid van het Britse Rijk samen te leven – zonder uiteen te vallen in dertien afzonderlijke naties of op te gaan in een nieuw, gecentraliseerd imperium. Hun experiment slaagde omdat ze een kader vonden voor een gezonde onderlinge afhankelijkheid, ondanks hun religieuze verscheidenheid.
Massachusetts kende sterke puriteinse wortels. Virginia was grotendeels anglicaans. Pennsylvania werd door William Penn gesticht als toevluchtsoord voor quakers en andere andersdenkenden. Maryland was oorspronkelijk opgezet als een veilige haven voor Engelse katholieken. Rhode Island, gesticht door de eens-baptist Roger Williams, werd een baanbrekend experiment op het gebied van godsdienstvrijheid. New York erfde Nederlandse tradities van relatief religieus pluralisme.
Het was praktisch onmogelijk om één nationale kerk in te stellen. De grondleggers zochten daarom naar een politieke orde waarin verschillende christelijke tradities – en uiteindelijk ook mensen met andere geloofsovertuigingen of zonder geloof – vreedzaam konden samenleven. De oplossing die ze ontwikkelden, putte uit diverse Europese denkstromingen.
De protestantse Reformatie benadrukte de waardigheid en verantwoordelijkheid van het individuele geweten tegenover God. De Nederlandse Republiek toonde aan dat een relatief pluriforme samenleving economisch en politiek kon floreren. De Engelse constitutionele traditie droeg ideeën aan over de rechtsstaat en een beperkte overheid. Verlichtingsdenkers zoals John Locke formuleerden theorieën over natuurlijke rechten en bestuur op basis van instemming. Deze ideeën werden vervolgens geïntegreerd in een – zo men wil – ‘Europees’ experiment aan de andere kant van de oceaan.
Een kernprincipe was de scheiding van kerk en staat. Dit betekende niet dat religie strikt uit het openbare leven werd geweerd, zoals tegenwoordig vaak wordt aangenomen. Het daagde echter wel de Europese opvatting uit dat politieke eenheid religieuze eenheid vereiste. Beïnvloed door hervormers als Johannes Calvijn zagen zij in dat verschillende instituties elk hun eigen door God gegeven verantwoordelijkheden hadden. De overheid kan de kerk niet aansturen. Evenmin kan één kerkgenootschap de overheid in zijn greep krijgen. Beide instituties behouden hun eigen gezag.
Latere denkers, zoals Abraham Kuyper, zouden dit aanduiden als ‘soevereiniteit in eigen kring’. Kerk en staat moesten institutioneel onafhankelijk van elkaar zijn om zonder overheersing met elkaar om te kunnen gaan. Wat hun onderlinge verhouding betreft, streefden ze naar wederzijdse afhankelijkheid: geen versmelting, maar ook geen vijandigheid.
We kunnen allemaal lering trekken uit de bijzondere wijze waarop Amerika tot stand kwam, omdat deze zowel politieke onafhankelijkheid van een imperiaal bewind combineerde met constitutionele onderlinge afhankelijkheid tussen soevereine staten. Vrijheid werd begrensd door wetgeving en morele verantwoordelijkheid.
Vrijheid is relationeel
Het voortdurende Europese project van onderlinge afhankelijkheid tussen naties met een lange en complexe geschiedenis weerspiegelt in sommige opzichten het oorspronkelijke Amerikaanse project van de integratie van de dertien staten. Europadag, 9 mei – ter herdenking van het begin van de Europese integratie – is eigenlijk Europa’s Interdependence Day. Europa moet wellicht herontdekken dat succesvolle onderlinge afhankelijkheid sterke lokale identiteiten, democratische legitimiteit en de bereidwillige instemming van de lidstaten vereist, in plaats van bureaucratische centralisatie. De Britten heroverwegen de aanname dat soevereiniteit vrijheid van onderlinge afhankelijkheid betekent. Wordt vervolgd.
Een gezonde Amerikaanse toekomst vereist de herontdekking dat vrijheid afhangt van instellingen die elkaar beperken, in plaats van van de macht van één enkele leider. Amerika liep na de Tweede Wereldoorlog voorop in het bevorderen van instellingen van onderlinge afhankelijkheid op het wereldtoneel, zoals de VN, de NAVO en de WHO. Terugvallen op onafhankelijkheid en isolationisme is niet de weg naar vrede. Hoewel Amerika verklaart niemand anders nodig te hebben gezien haar eigen militaire macht, heeft haar onafhankelijke optreden in het huidige conflict met Iran een kwetsbaarheid blootgelegd die voor een groot deel van de wereld overduidelijk is.
Oekraïne strijdt voor onafhankelijkheid van het autocratische bewind van het Kremlin, terwijl het tegelijkertijd sterke, onderling afhankelijke banden opbouwt met Europese bondgenoten die zich langzaam bewust worden van de noodzaak van een veerkrachtig Oekraïne. De interne toekomst van Oekraïne vereist echter de voortdurende ontwikkeling van nationale instellingen gebaseerd op vertrouwen en wederzijdse verantwoording.
Gezonde samenlevingen, inclusief de internationale gemeenschap, lijken meer op levende organismen dan op mechanische systemen: elk onderdeel heeft integriteit, maar geen enkel onderdeel kan in isolatie gedijen. We moeten allemaal leren dat vrijheid relationeel is.
Tot volgende week,